Keuzes voor uw pensioen

Eerder of later met pensioen

In principe gaat u met pensioen als u 56 jaar wordt. U kunt ervoor kiezen om eerder met pensioen te gaan. Op zijn vroegst kunt u met pensioen wanneer u 50 jaar bent. Wanneer u kiest om vóór uw 56ste met pensioen te gaan, wordt het ouderdomspensioen lager. U kunt alleen vervroegd met pensioen als u uw arbeidzame leeftijd beëindigt en ook niet de intentie hebt om weer aan het werk te gaan.

U kunt ook ervoor kiezen om later met pensioen te gaan. Het pensioen kan niet later ingaan dan de 65 jarige leeftijd. Het is noodzakelijk dat tijdens de uitstelperiode sprake is van een dienstverband (met de KLM of met een andere werkgever). Bij de vaststelling van de hoogte van de pensioenen worden de fiscale maxima in acht genomen.

In de pensioenregeling is bepaald dat ook de leden van het Kerncorps die op grond van de CAO langer kunnen doorwerken dan 56 jaar, hun pensioen kunnen uitstellen. Door het uitstel van de pensioendatum is het mogelijk dat de leden van het Kerncorps meer pensioen opbouwen dan het toegestane fiscale maximum (maximaal 100% van het pensioengevend loon op het tijdstip van ingang van het ouderdomspensioen). Om dat te voorkomen is KLM met de werknemersorganisaties van het Cabinepersoneel overeengekomen dat de leden van het Kerncorps mogen doorwerken tot het moment waarop de wettelijke 100%-grens wordt bereikt. Dit houdt in dat de verplichte pensioendatum voor het Kerncorps gelijk wordt aan het tijdstip dat het pensioen een gelijke hoogte als het salaris bereikt. De arbeidsovereenkomst wordt op dat moment ontbonden.
 

Deeltijdpensioen voor vliegers

U kunt gebruik maken van deeltijdpensioen. Vanaf 40 jaar, 48 jaar of 52 jaar maakt u dan gebruik van de “Regeling verminderde productie en deeltijdpensioen”. Doordat u op deze manier verminderde productie levert, krijgt u het recht om later volledig met pensioen te gaan. U gaat dan uiterlijk op uw 60e met pensioen. Deze regeling staat verder omschreven in uw pensioenreglement. Aanpassing van uw pensioendatum heeft gevolgen voor de hoogte van uw pensioen.

Deeltijdpensioen voor pursers

Leden van het Kerncorps Cabinepersoneel kunnen vanaf 1 januari 2006 ook een gedeelte van het pensioen in laten gaan. Dit deeltijdpensioen kan vanaf de leeftijd van 50 jaar worden opgenomen. De purser kan elk gewenst percentage deeltijdpensioen kiezen. Maar de som van het inkomen op grond van de verminderde productie en het inkomen op grond van het gedeeltelijk ingegane ouderdomspensioen mag van de fiscus niet meer bedragen dan het jaarinkomen dat de purser genoot direct voorafgaande aan de ingangsdatum van het deeltijdpensioen.  

 

Wijziging in verhouding tussen ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen

Het is mogelijk om een gedeelte van uw ouderdomspensioen om te zetten in een nabestaandenpensioen of andersom. Deze keuze maakt u wanneer u met pensioen gaat. Standaard bedraagt uw nabestaandenpensioen 70% van uw ouderdomspensioen. U kunt kiezen tussen een nabestaandenpensioen van 100%, 50%, of 0% van uw ouderdomspensioen. Uw partner moet hiervoor toestemming geven. U dient uw keuze tenminste twee maanden voor pensioeningang aan het pensioenfonds kenbaar te maken. Deze keuze is eenmalig en onherroepelijk.
 

Hebt u geen partner, dan wordt het volledige nabestaandenpensioen automatisch omgezet in extra ouderdomspensioen.
 

Variatie in de hoogte van uw ouderdomspensioen

U hebt de keuze om uw pensioenuitkering tijdelijk te verhogen of verlagen. U kunt het bedrag op twee - zelf gekozen- momenten variëren. Bijvoorbeeld voor uw 65ste een hogere uitkering, vervolgens tussen uw 65ste en uw 67ste een nog hogere uitkering en daarna vanaf uw 67 levenslang een lagere uitkering. De laagste uitkering mag niet minder dan 75% van de hoogste bedragen. U dient uw verzoek tot variatie van uw pensioen tenminste twee maanden voordat u met pensioen gaat aan het pensioenfonds kenbaar maken.
 

 

Terug naar vorige pagina