Netto variabel beleggingspensioen

Uw netto pensioenuitkering uit uw variabel beleggingspensioen ontvangt u net als uw basispensioen elke 27ste van de maand. Valt de 27ste in het weekend? Dan betalen we uw pensioenuitkering op de vrijdag vóór dat weekend. Behalve in de maand december. Dan betalen we uw pensioenuitkering op de 20ste van de maand.

Netto variabele pensioenuitkering in de Pensioenplanner
In de Pensioenplanner ziet u in Mijn pensioen bij 'Variabel beleggingspensioen' hoeveel u maandelijks uitgekeerd krijgt. Ook plaatsen wij maandelijks uw pensioenspecificatie in Mijn documenten. Bij 'Netto Ouderdomspensioen' ziet u de hoogte van uw netto variabele pensioenuitkering.

De hoogte van uw variabele pensioenuitkering verandert elk jaar per 1 juli
Elk jaar wordt door het pensioenfonds per 1 juli de maandelijkse uitkering voor het jaar daarop bepaald. Uitgangspunten daarbij zijn:
- het resultaat van de beleggingen van het collectieve kapitaal;
- jaarlijkse daling van 1%;
- de rentestand;
- het sterfteresultaat;
- de ontwikkeling van de levensverwachting;
- een rekenperiode van drie jaar om al te grote schokken in uw uitkering te voorkomen.

Deze wijziging gaat voor het eerst in op 1 juli in het jaar nadat u start met het variabel beleggingspensioen. Dus als uw variabel beleggingspensioen in 2019 ingaat, dan vindt de jaarlijkse aanpassing voor het eerst plaats op 1 juli 2020.

Aanpassing op de pensioenspecificatie van juli
Op deze specificatie staat het percentage waarmee uw netto pensioenuitkering uit uw variabel beleggingspensioen wordt aangepast. De aanpassing hangt, door de rekenperiode van drie jaar, af van het jaar waain uw netto variabele pensioenuitkering gestart is. De tabel laat de aanpassingen van de afgelopen jaren zien.

Ingang netto variabele pensioenuitkering 2017 2018
Aanpassing 1 juli 2019 -1,093% -2,345%
Aanpassing 1 juli 2018 +0,27% n.v.t.

Is uw variabel beleggingspensioen ingegaan in 2017 of 2018?
We hebben een fout gemaakt in de berekeningen van de inkoopfactoren. We moesten een correctie toepassen op de oorspronkelijke factoren van 2017 en 2018. Lees verder over herziening inkoopfactoren in 2017 en 2018.

 

Veelgestelde vragen

1. Waarom is gekozen voor een jaarlijks met 1% dalende uitkering?
U begint vanaf pensioendatum met een hogere uitkering, die jaarlijks met 1% daalt. Dit sluit aan bij de basispensioenregeling, waarin de meerderheid van de deelnemers kiest voor eerst een hogere uitkering en later een lagere uitkering (‘hoog/laag’). 

2. Wat is het effect op mijn variabele pensioenuitkering als het behaalde beleggingsrendement schommelt? 
Uw uitkering stijgt mee met een stijgende beurskoers of een stijgende rente. Uw uitkering daalt mee met een dalende beurskoers of een dalende rente. De effecten van deze stijgingen of dalingen worden gedempt door het collectief beleggen van het resterende kapitaal en het ‘uitsmeren’ van het beleggingsresultaat over drie jaar.

3. Waarom komt mijn individueel opgebouwde kapitaal bij een variabel beleggingspensioen na pensioendatum terecht in een collectief kapitaal en kan ik mijn resterende kapitaal niet meer zien? 
Vóór pensionering hebt u een individueel pensioenkapitaal. U draagt als deelnemer zelf alle risico's, bijvoorbeeld het beleggingsrisico. Bij variabel beleggingspensioen blijft het pensioenfonds voor u beleggen maar hebt u geen individueel pensioenkapitaal meer. U hebt dan recht op de uitkering van een jaarlijks variërend netto pensioen door uw pensioenfonds. Voor de jaarlijkse aanpassing van de uitkering schrijft de wet voor dat het behaalde beleggingsrendement collectief in de uitkering verwerkt wordt.

4. Wordt mijn uitkering bij een variabel beleggingspensioen geïndexeerd?
Bij een variabel beleggingspensioen is indexatie niet van toepassing. Uw variabel beleggingspensioen wordt jaarlijks aangepast aan het (positieve of negatieve) behaalde beleggingsrendement.

5. Wat gebeurt er bij het variabel beleggingspensioen met het nabestaandenpensioen na pensioendatum?
Het nabestaandenpensioen voor de partner is 70% van het ouderdomspensioen en is ook een variabele uitkering. Het wezenpensioen dat uitgekeerd wordt na overlijden is vanaf het ingangsmoment een vaste uitkering. Het wezenpensioen bedraagt 14% van het ouderdomspensioen op het moment van overlijden.

Pensioen 1-2-3

Meer weten over uw pensioen?

 

Bekijk in 5 minuten 
basispensioenregeling (Laag 1-2)
netto pensioenregeling (Laag 1-2)
of bekijk de Documenten (Laag 3)